het huis van mijn vader

Na de housewarming oogt het huis anders. Het is door gasten uit alle windstreken aangeraakt. Ze hebben goedkeurend of misprijzend rondgekeken. Ik heb hier en daar een tipje van de sluier opgelicht.

Ernest Shackleton

‘Dit was de werkkamer van mijn vader.’
‘Hier hangt zijn laatste lino, van de dag voor zijn overlijden.’
‘Deze grote spiegel komt uit het huis van vroeger, dat andere huis vol geesten.’

Zo blijf ik altijd maar uitleggen. De draad van het verleden wordt steeds langer, ingewikkelder. Of raakt het touw juist steeds verder ontward, doordat ik mijn plek – eindelijk – heb ingenomen?

Ik heb zin om aan een machtig epos te beginnen. De hele geschiedenis op papier zetten, van het eerste huis tot nu, het huis van mijn vader, waar slechts een fauteuil en wat andere meubelstukken aan hem herinneren. Maar ook als ik een kast opendoe, dan kiert de geur van oude tabak me tegemoet. Of als ik beneden een tl-buis aanknipper, dan klinkt de tinkeling die onmiskenbaar bij een kunstenaarsatelier hoort.
Ik vraag me af welke toon bij dit epos het beste klinkt: een lief, zacht briesje dat alles omfloerst. Of een gure winterbui die alle narigheid wegspoelt. De komende tijd wil ik Het achtste leven lezen, om een idee te krijgen hoe ik het kan aanpakken met een verhaal dat meerdere generaties beslaat.

Enfin, de dag na de housewarming bezoek ik een oude vriend op zijn tuinfeestje. Hij gaat achter de microfoon staan en zingt iets zelfgemaakts, terwijl hij op een mandoline speelt; de kapper die het liefst muziek maakt. Als hij een regenmaker krijgt als kadootje, zegt hij blij: ‘Ik krijg allemaal hippie-dingen.’
Naast me zit Jaap, een gepensioneerd docent die historische biografieën leest en – als het kan – ook nog de figuren nareist. Zo is hij zes weken op Antarctica geweest, in de voetsporen van Ernest Shackleton, die in de vorige eeuw een expeditie vol ontberingen leidde rond de pool. Jaap is een man van tradities, wat ik begrijp; hij schrijft elke week een brief aan de hoogbejaarde moeder (96) van een goede vriendin, om haar te vertellen over het dagelijks leven. Zulke brieven zijn over 100 jaar een geweldig tijdsbeeld. Ook drinkt hij elke woensdagavond een glaasje port met een vriendengroep, om zijn overleden vrouw te herdenken. Ze stierf in 2003 en Jaap bleef altijd alleen: ‘De relatie met mijn vrouw was compleet en intens,’ zegt hij. ‘Daarna had ik er geen behoefte meer aan.’ Veertien jaar alleen is een lange tijd, maar hij heeft zoveel hobbies. Ik sta op en haal ons een bordje salade. Later haal ik er vers gebakken stokbrood bij. En ik kom steeds meer te weten over de rituelen van Jaap.

PS Wie kent de roman Het achtste leven? En…? De moeite waard?

Geplaatst in cultuur, mensen | Getagged , , , , , , , | 6 Reacties

Juf Kiet

Het is Internationale Dag van de Vluchteling. Ik zou me doodschamen als ik er één was en dit vandaag moest vieren. Op Radio 1 werd vanmorgen een Syrische jongeman geïnterviewd. Na een dik jaar in Nederland spreekt hij al heel aardig de taal. Daar krijgt hij complimenten voor. Hij doet ontzettend zijn best om Nederlander te worden. Het klinkt zelfs door in de manier waarop hij onze vaste zinnetjes nabootst tijdens het tweegesprek:
“Echt? Joh…”
“Wa-dan? Nee, géén idee…”

Het raakt me diep dat ontwortelde mensen zo proberen zich onze taal en cultuur eigen te maken. Ergens te landen. Een plek te vinden. Waar zijn ze geland. In een klein, moerassig paradijsje aan zee. Met groene weiden en aangeharkte tuintjes. Volvette koeien en keurige snelwegen. Op elke hoek een bushalte en een brievenbus. Steden met aparte fietspaden in roestbruin. In het Noorden en Zuidwesten een zeehondencrèche. Wegbezuinigde inburgeringstrajecten. Taalprojecten gerund door welwillende vrijwilligers.
Wil je weten hoe kinderen van vluchtelingen zich voelen, kijk dan de documentaire ‘De kinderen van juf Kiet’ terug.
Deze juf zet de nieuwkomers in haar klasje aan het werk en helpt ze met hun dagelijkse gedoetje. Ze legt ruzies bij, of verwoordt lastige gevoelens voor een meisje dat de eerste dag niet zonder kleerscheuren doorkomt. Dat is Leanne, een guitig meisje met prachtige flaporen. Ze doet de dingen graag op haar manier. Maar ze wordt de hele dag belaagd door een ander meisje dat haar continu omhelst, neerdrukt, commandeert, stuurt. Leanne ergert zich dood en de juf voelt het perfect aan.
In datzelfde klasje zit Jorj, een jongen die zijn stress maskeert met clownesk gedrag. Een typische adhd-knul. Lichtelijk irritant. De juf probeert hem op allerlei manieren meer concentratie bij te brengen. Meer rust. Juf Kiet, ik kijk ademloos naar je. Wat ben je rechtvaardig, geduldig, ferm, pittig, eindeloos invoelend en lief.
Jorj blijkt verschrikkelijke dingen te hebben meegemaakt in Syrië. Daardoor slaapt hij slecht en hij bekrast zijn armen. Hij wil niet meedoen met zaalvoetbal, want hij wil zijn schoenen niet uit. Maar Juf Kiet krijgt hem zover.
Tijdens een les creatief spel mogen de kinderen een voor een naar een grote spiegel lopen en een denkbeeldige sprookjesfiguur begroeten. Ze huppelen of schrijden met een roos in de hand naar hun spiegelbeeld. Het kleine meisje Leanne kijkt blij en maakt een rondedans voor zichzelf. Jorj wil eigenlijk niet. Met elke stap naar de spiegel brokkelt zijn clowns-masker af. Wanneer hij bijna oog in oog met zichzelf staat, kijkt hij diep bedroefd weg. Zijn lichaam wordt kleiner. Zijn ogen dwalen af, met een blik die bijna walging verraadt.
Juf Kiet komt te hulp. Ze blijft bij Jorj, en vraagt of hij naar zichzelf wil kijken. Nee, hij is verdrietig. Juf Kiet zegt: verdriet is niet erg, Jorj, laat het er maar zijn. Ze slaat haar arm om hem heen en wandelt rustig met hem terug naar de kinderrij.
Wat een adembenemende documentaire. Wat een kunst om les te geven aan kinderen uit dit soort oorlogsgebieden. Kinderen die dag in dag uit bombardementen hebben gehoord. Misschien zijn ze op een wiebelende rubberboot de zee overgestoken. Leanne, Jorj, Branche en al die anderen.
En hier op school leren ze maan, roos, vis, pen.
Ze leren Nederlandse liedjes. In de maneschijn, in de maneschijn…
Ze oefenen een musical.
Wat valt er te vieren?
Misschien niet veel.
Misschien juist wel.
Ze zitten bij de goede juf. In een land dat best een paradijsje is.

Geplaatst in cultuur, psychologie | Getagged , , , , , , | 4 Reacties

Maanziek

Voor het eerst bezoek ik een vrouwencirkel die tijdens de volle maan danst. De docente vraagt: wat brengt je hier.
Tja, gewoon, zin in dansen, in vrouwenkracht en in maanlicht.
Er wordt instemmend geglimlacht.
De een wil hier ‘een proces voortzetten’, de ander wil juist van alles loslaten. Weer iemand anders vertelt dat het maandansen haar vorige keer zo blij maakte.
We starten met een aantal rituelen, waaronder het aanroepen van de vier windrichtingen. De juf zingt zo prachtig dat ik meteen sta te beven op mijn voeten. Er volgen nog wat verwelkomingen en wensen, en we zingen een lied over vrouwen met een stem.
Ik denk aan een kennis die wantrouwig grinnikte toen ik vertelde over dit moondancing. “Zeker allemaal van die vage types?”
Zij heeft vast haar eigen gelijk. En ik vind het helemaal prima. Laat ons lekker vaag zijn vanavond.
De juf gaat door met aanroepen en danken van de windrichtingen. Elk contact met een natuurgeest wordt afgesloten met zachte stem: ‘hey hey.’
Wij antwoorden in koor: hey hey.
Er zijn 13 volle manen in een jaar. Deze maand gaat het over het uitspreken van jouw waarheid. Wat roept dit bij je op?
Ik vertel dat dit op allerlei manieren voor mij speelt; in hoeverre kan ik leven naar mijn innerlijke waarheid? Is het altijd verstandig om te vertellen wat ik als waar beschouw? Dacht het niet… Welke dingen nemen we voor waar aan, en kan het misschien ook heel anders in elkaar steken? En oh ja… ik werk aan een nieuw verhaal… dit kost tijd, weet ik, ook om de vorm te vinden die het verhaal vraagt. Wat wil het verhaal, en welke waarheid laat ik klinken? Elk verhaal heeft mooie en lelijke kanten…. hoe ga ik dit vormgeven?
Nou, dat is heel wat.
We sluiten de kring af en zij loopt naar de mengtafel. Als een ware dj mengt ze plaatjes aan elkaar. Van melodieus wiegend tot opzwepend. Een melancholieke fado wordt afgewisseld met keiharde techno. We krijgen hier en daar een aanwijzing, maar verder mogen we helemaal zelf weten ‘welk verhaal ons lichaam vanavond wil vertellen’.
Een vrouw is in tranen. Een andere vrouw gaat erbij zitten vanwege rugklachten. Sommige vrouwen dansen in zichzelf gekeerd, een ander loopt stralend door de ruimte.
Bij een grimmige zwarte beat moedigt de docent ons aan om onze stem te gebruiken. Oe! Aah! Wooo! Ik krijg de slappe lach en ben verrast over het ritme en de kracht in me. Stiekem ben ik ook blij dat niemand ons ziet; het lokaal is geblindeerd en de ramen zitten dicht. Gelukkig maar, want na de warming up gaan we uitzinnig tekeer, wapperen met onze handen, stampen op de vloer, joelen en gieren. Ja, langzaamaan veranderen we in echte maanvrouwen, die zonder een woord weten wat te doen op een avond als deze.
Ik weet niet hoelang ik heb gedanst. Ik zweet, en mijn voetzolen zijn zwart van de stoffige vloer. De schemering valt in, en de juf stuurt de muziek naar een ander tempo; we eindigen met stromend water en traag getrommel. Een aantal vrouwen valt op de grond en rolt zich op. Een lichte gêne houdt me tegen. Laat me hier maar staan als een boom, wie weet landt er een vleermuis of een uiltje in mijn haar.
We ronden af met het bedanken van de maan. Ik spreek vanuit mijn hart: “Ik ben zo blij dat ik mijn diepste waarheid ken, en dat ik vanuit mijn heel eigen, diepste waarheid mag leven, en dat dat me zoveel licht brengt.”
Ik kijk de kring rond en vraag: is het altijd zo leuk?
De andere vrouwen lachen. Ja, zeker!
Tot bij de volgende volle maan dan, dames. En ik schuier naar mijn autootje… de nacht tegemoet…

Geplaatst in cultuur | Getagged , , , , , , , | 2 Reacties

niet naar Ikea

Ik wil naar Ikea. Nee, niet op Hemelvaartsdag, klinkt het naast me. Net als de dierentuin op zondag, zegt hij: een no go area. Na een wandeling door de zonnige, Hollandse polder – jonge hazen slaan haken in het gras, twee piepjonge scholeksters badderen in een slootje onder toeziend oog van vader en moeder, een groepje koeien rolt zich neer en geniet zichtbaar van de zon – wordt het een film in Lantaren-Venster: Lady Macbeth.
In de donkerblauwe, koele zaal zitten nog drie stelletjes. Er klinkt niets dan het zoemen van de airco. Het verhaal is heftig, intens en fataal. Na afloop slenteren we langs de kade, en vragen ons af waar de held van het verhaal de afloop gunstig had kunnen beïnvloeden. Ik memoreer mijn schrijfdocenten van vroeger: elk personage stevent altijd op zijn ondergang af, hoezeer hij ook probeert roem en fortuin te verwerven.
Net als in het echte leven dus, vat mijn vriendje samen. Tja, kennelijk vechten we allemaal tegen onze eigen windmolens en lopen we onze blinde vlek alsmaar mis. Het zijn dierbaren die ons erop kunnen wijzen, die bijsturen of inspireren tot nieuwe stappen.
We eten gado gado bij een tentje in de Fenix Loods. Twee watertaxi’s racen tegen elkaar over zilveren schuimkoppen. De nieuwe hoogbouw bij Hotel New York schittert tegen de blauwe hemel. De wond van Rotterdam lijkt eindelijk genezen, de stad geniet van zijn eigen charmes. Mooie, stoere, compromisloze stad.
Tot slot scheppen we een ijsje bij de Italiaan in Schiebroek. Thuisgekomen banjer ik door mijn enorme huis, van kamer naar kamer. Overal kan ik me nestelen – nergens kom ik het verleden tegen. Nu kan ik me heel lang afvragen tegen welke windmolens ik deze week ben opgebotst. Of ik kan – voor het eerst – mijn tuin gaan sproeien. Ik besluit tot het laatste. En schrijf een blog.

Geplaatst in cultuur, mensen | Getagged , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor niet naar Ikea

het belang van laatjes

Als klein meisje speelde ik vaak bij de antieke secretaire van mijn ouders. Het stond in de voorkamer waar we niet vaak kwamen. Een klein bureautje met groen vilten werkblad, met sleutels op deurtjes, en met een gebogen houten blad, waarmee je het bureau kon afsluiten. De laatjes en deurtjes hadden grote aantrekkingskracht op me, misschien alleen al vanwege het ‘postkantoor-effect’. Ik verzon er verhaaltjes en bracht er veel tijd door.
Later heb ik mezelf wijs gemaakt dat ik aan dat bureautje mijn eerste stukjes schreef. Geen idee of het klopt, maar het romantische beeld spreekt me aan. Inmiddels staat de secretaire in mijn nieuwe woonkamer – het enige ‘ding’ dat ik als aandenken aan mijn vader wilde. Verder deed ik afstand van alle erfelijk geharrewar of mogelijke rechten. Nee, ik hoef niks. Alleen dat bureautje.
Ik begrijp de magie nog steeds. Bij de kringloop tikte ik vandaag wederom een tafel met laatjes op de kop; er kan amper een pen in, maar toch: je wilt er je ziel in verstoppen, weg van het dagelijks leven dat zich overal tegenaan bemoeit. Laatjes en deurtjes in een bureau of in een kast: dat hoort bij verhalen, bij geheimzinnigheid, bij het onzegbare.
Ik meen dat Charlotte Mutsaers – mijn voorbeeld toen ik begon te oefenen met essayeren – in een documentaire uitlegde wat het essay voor haar betekende; alsof je een laatje in een grote kast opentrekt, waar plotseling weer iets tevoorschijn komt. Je wist niet dat het er was. De kunst van je laten verrassen, met name door de lenigheid van je geest; niets is te gek, gedachten zijn vrij en ongrijpbaar, en dat is nou juist zo prettig. Zoals bergwandelingen voor anderen het avontuur betekenen. Ik ben niet zo van wild kamperen, maar wild denken en zien waar mijn pen me voert: ja, helemaal goed.
Trouwens, mijn nieuwe huis is zo groot, dat ik kan kiezen uit vier schrijfplekken: overal staan tafels te popelen om ingewerkt te worden. Maar deze… bijna elke morgen kruip ik achter die antieke, stokoude secretaire, en ik begin te rommelen. Een kaartje schrijven aan een vriendin. Een brief opbergen. Postzegels sorteren. Een nieuw verhaal bedenken.

Geplaatst in literatuur | Getagged , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor het belang van laatjes