the birds the birds

Op het pad ligt een kleverig vogellijk in veren en pek. Gisteren werd ik precies hier aangevallen door een paniekerige kraaienmoeder. Ze scheerde onverwacht, van achteren, over mijn hoofd. Keek op me neer. Ze landde op een tak en bespiedde me. Kra kra. Zette nogmaals de aanval in, vlak langs mijn haren. Waarschijnlijk was haar jong in de buurt; het schijnt dat de babyvogels nu meegaan voor vlieglessen. Ik heb al een verlamd jong aangetroffen op een speelveldje; een pluizebol die me vriendelijk aanstaarde, en geen aanstalten maakte om weg te vliegen.the birds Vogeldrukte. Op het dak van een naburige flat zit een familie scholeksters; een weidevogel die vroeger alleen de waddeneilanden bewoonde, maar nu het platte flatdak als nestplaats ziet. Langs de dakrand zag ik drie grijze bolletjes schuiven, met Pinokkio-snavels vooruit gespiest.
Vanmorgen loop ik over het smalle pad, omgeven door brandnetels. Waar gisteren de moeder mij intimideerde met wiekslag langs mijn oren, heerst nu de stilte van verlies; op het pad kleeft het babylijk. Het ligt verscheurd tussen veren, de poten zijn geknakt, de ogen verdwenen, de bek afgebroken – een slagveld. Leve de natuur en al wat groeit en bloeit. Look out, the birds are coming…!

Geplaatst in cultuur, dieren | Getagged , , , , , | 1 reactie

het gezag van Ibn Ghaldoun

De Islamitische school Ibn Ghaldoun is – wederom – in het nieuws. Deze maal vanwege een grootschalige examenfraude. Nou, ik heb u in 2009 hier in dit blog over deze school verteld. Zoals ik al vaker schrijf: de belangen en motieven van mensen zijn minder fraai dan ze doen voorkomen. Macht, status, ijdelheid, angst. En: Ibn Ghaldoun.
In januari 2009 zocht ik werk. Ik werkte lange diensten bij de Shell benzinepomp, in mijn buurtje. En ondertussen schreef ik weblogjes over een vogelteller, over de Bergse Plas, en over de illusies van verliefdheid. Poëtische en soms ietwat duistere verhaaltjes, aangezien ik zelf nogal verliefd was. Op de verkeerde.
Van de ene verkeerde naar de volgende verkeerde is een kleine stap; ik werd bij Ibn Ghaldoun met open armen ontvangen door een magere, homoseksuele interim-manager uit Amsterdam. Hij bestuurde de school, die ook in 2009 al onder verscherpt toezicht van de gemeente stond. Kort gezegd: het was er een puinhoop. Ze waren blij dat ik het vak Nederlands wilde geven. Tijdens mijn eerste dagen nam ik een kijkje in het vaklokaal. Achterin de klas was een berging, met een klein hoog raampje. In het hok lagen stapels oude examens, papieren, nakijkwerk, oefenmateriaal. Maar ook: een gebedskleed, een paar sloffen. Wat keukengerei. En veel Arabische lectuur. Mijn voorganger overnachtte er, bad er, studeerde er. In dat hok…
De school bezorgde me ook op andere punten een cultuurshock. Het gebouw waar ik werkte (er zijn meerdere locaties) leek een verbouwde gevangenis; nergens hingen posters of kunst aan de muren, want dat verbiedt de Koran. Er waren op enkele plekken hurkwc’s. De toiletten bij de leerlingen waren al lange tijd kapot. De ruimtes waren smerig, donker, een wirwar van schemerige gangen, slecht verlicht. Regelmatig waren er vechtpartijtjes, moest een conciërge optreden tussen groepjes jongens. Mijn klassen bestonden uit dertig tot vijfendertig hongerige leerlingen. Bij een groep stak een knul vlak naast mijn oor, in de prullenbak, vuurwerk af. Ik was enkele minuten totaal doof. Er was die dag ook al een ruit bij mijn lokaal ingegaan. Ik legde de les stil. De conciërge werd erbij gehaald. De lieve manager was al enkele dagen onvindbaar. Een totale afwezigheid van een duidelijke gezagsstructuur; de leerlingen roken hun kans, en grepen die. Er ontstond een verhitte discussie; “Mevrouw, U bent nieuw. U bent te modern. U geeft raar les. Wij willen best leren, maar wij zijn onrustig. Wij willen harde leiding.” Uiteindelijk was hun voorstel: “Mevrouw, u moet net als de andere docent Nederlands voordragen, aan het begin van de les.”
“Wat moet ik?” vroeg ik verbijsterd, want het was duidelijk dat ze geen gedichten van Bernlef of Remco Campert bedoelden..
Nee, juf. Reciteren uit de Koran. Verzen.
Mijn keel werd heel droog en branderig. Dit was vast een grapje.
Maar nee, deze schattige Rotterdam-Zuid schoffies betoogden dat zij behoefte hadden aan rust in de les, en die rust zou er pas komen, indien ik de lessen opende met een vers uit hun heilige boek. Waarom was ik anders op een Islamitische school gaan werken? Wilde ik hun geloof eigenlijk wel respecteren? Dit soort argumenten deden mij de das om. Ik liep de klas uit en ging op zoek naar de manager. Nergens te bekennen, die schat. Ook een andere interim-manager, een goedbedoelende dame uit het lokale maatschappelijk werk, was spoorloos.
Die dag ben ik vertrokken, met nasuizende oren. Mijn lesboeken liet ik achter in het lokaal. Ik schreef mijn laatste blogje over de school, inderdaad in heel vage bewoordingen, daarna heb ik die toffe manager gebeld en mijn contract opgezegd. “Wat jammer,” lispelde hij, “want je begon zo goed. En ze hebben het zo nodig. Het Nederlands.” De week erna kreeg ik het moskee-bestuur persoonlijk aan de lijn. Waarom ik zo spoedig weer vertrok? Of het me niet beviel op de school? Of ik dat wilde komen toelichten? Van de man uit Amsterdam heb ik nooit meer iets gehoord. Ik ben benieuwd of hij er nog werkt. En in hoeverre hij inmiddels orde op zaken heeft gesteld.

Geplaatst in benzinepomp, cultuur | Getagged , , , , , , , , | 15 Reacties

Eric Vloeimans in Rotterdams tempo

Vanavond ga ik naar een optreden van Eric Vloeimans, internationaal geroemde trompettist. Maar eerst de dag, de lange dag, die al begint om 05 uur, met sterke koffie, een hondeloop langs dauw en pluizige eendjes. De vaste route naar het werk per autootje. Koffie halen op de vierde, laptop opstarten, kopieën voor de les ophalen, het lokaal openen. De routineuze dingen die we met poëzie bezingen.Eric Vloeimans Rond half 4 volgt de zoet-en-zout-dip. Ik geeuw me erdoor en kom thuis, waar een pluk kinderen hun schoolweek wegchillt. We verkassen naar het zonnige pleintje. Oudste zoon begint met een tennisbal over te gooien met zijn vriend. Ze werpen loeihoge ballen, die als vogels over ons hoofd scheren. Sssssssh…
Nog is de dag niet op, hoewel ik omval van de slaap. Ik kook een fornuis vol aardappels, worteltjes, saucijsjes. Jus met tomaat. IJsbergsla met komkommer. Binnen luttele minuten zijn de pannen schoon. Daarna wil ik op de bank instorten en tot ver voorbij het journaal slapen. Maar ik neem een douche, ik kleed me om, en spring op de fiets naar Noord, waar ik de manifestatie Route du Nord bezoek; vriendinnetje Astrid van Rijn exposeert daar enkele van haar tekeningen. Ik tref haar in een bijenkorf van kunstenaars, met rode konen en koorts.
Weer haast de dag zich voort, zoals ik Rotterdam al jaren ken: opschieten, tempo, sneller, meer, haast, werken, optreden, ondernemen, doen, voor het donker, voor de avondklok, hup, snel, tempo.
Een paar honderd meter verder is jazzcafé Bird. Daar moet ik zijn; Eric Vloeimans, inmiddels wereldberoemd, maar Rotterdammers spelen gewoon in hun achtertuin, voor honderd man. Vanavond met zijn band Gatecrash. Wat een geluk om naar muzikanten te kijken, met hun eigen mimiek en bewegingen. Eric Vloeimans voegt daaraan toe: de afgedwongen stilte. “Muziek is zo veel mooier als het stil is,” legt hij uit. “Dus graag mensen: sssssssssssh.” En hij scheert met zijn hand boven de hoofden. Als een vogel. Het geroezemoes verstomt, hij vraagt erom, bij elk nummer. Hij speelt, of sluit zijn ogen en luistert naar toetsenist Jeroen van Vliet, glimlacht, droomt weg, geeft zich over, geniet, lacht. Geweldig. En ik sta te tollen van vermoeidheid, als een overjarige, overwerkte, tobbende moeke; het uitgaansleven ontwend, en hier valt de drukte van de stad bovenop me. Maar oh, wat een weergaloze muziek. Zomaar in een cafeetje op vrijdagavond. Ssssssssh…..

Geplaatst in cultuur | Getagged , , , , , , | Een reactie plaatsen

Rijnmond staat stil bij… de boodschappen

Deze week sprak ik radiomaker Erik Post weer om voor het programma van Radio Rijnmond – Rijnmond Staat Stil - te vertellen over de schuldsanering. We hebben boodschappen gedaan bij mijn Albert Heijn, met een scanner. Zodoende zal de luisteraar horen dat boodschappen nòg goedkoper kunnen. En dat er zonneschijn in de schuldsanering is. Zonneschijn en plezier. Geen chips en coca-cola, geen dure merkschoenen, geen tropische zonvakantie, geen glimmende hummer. Maar wel vrijheid van gemoed en hart, een onbevangen blik en de nodige zelfspot om de wereld tegemoet te treden. De Saniet rekent af. Bliep bliep… Albert Heijn dankt u voor uw bezoek.

Met dank aan Paul Douw voor het you-tuben van de uitzendingen!

Geplaatst in 36maanden | Getagged , , , , , , , | 2 Reacties

het slakkenspoor van verlangen

En het ging uit. Plotseling reed ik in de stikdonkere nacht vanuit de polder terug naar Rotterdam. Weg uit een bed dat dramde en mokte. Ik tufte over de snelweg. De tas met zaken als toilettas, koffiemelkpoeder, een paar dvd’s, schoon ondergoed. Wiedes dutte in op de achterbank, licht snurkend. Ik draaide muziek en genoot van de verlaten snelweg, die zich zwijgend voor me uitrolde als een boetekleed: kom thuis, lieve schat, volg de weg, en vlei je neer in je bed, waar nooit iemand aan je wensen voorbijging, kom thuis over dit zwarte kleed, en volg je spoor.binnenste slak
Tja, hoe gaan de dingen. We dachten beide: die is leuk, die is oké. En natuurlijk is iedereen oké. We deugen allemaal. Maar we hebben haast en gaan te snel, zodat er fundamentele wetten van toenadering en intimiteit met voeten worden getreden. Keer op keer. Mijn zwakke plek – vast en zeker. En hij? Zijn zwakke plek?
“Een poging,” zo noemde hij elke nieuwe verkering, na jarenlang gewend aan alleen-zijn. Deze poging strandde in zijn bed, rond middernacht, toen de betovering van dit prinsesje blijkbaar raakte uitgewerkt. De klok sloeg. Hij maakte vaart, ik wilde nog niet, waarom die haast, waarom zo op het eindresultaat afgesprint. Waarom niet eerst een tijd uitsluitend ontmoeten, ontdekken, en andere zintuigen aan het werk zetten. Hij wilde dat begrijpen, maar toch, vond hij, wat is dat telkens voor begrenzing met jou, wat een afremmen, waarom niet gewoon: nu, een feestje. Zijn feestje.
Mijns inziens is uitstellen van het willen – het hanteren en beheersen van verlangen – de eerste, grote vreugde van samenzijn. Als een oefening, een toewijding. Naar jezelf, naar de ander, voor elkaar. Het lange talmen, ontspinnen, draaien, wachten, tot morgen, overmorgen, volgend jaar. Want zodoende zie ik jou daar, ten volle, en ik geniet: daar, straks, en hoe verder je van me weg bent, hoe helderder ik zie. En wàt geniet ik van die ruimte, als aan een Noordzeestrand, waar ik de aangespoelde schelpen en vissersdraden opraap. Ach, misschien is die schelp mijn echte huis; ik wil langzaam als een slak over het menselijk lichaam reizen, met voelsprieten die bij elk donsje stilhouden en de atmosfeer aftasten.
Maar nee. Pogingen gaan uit van welslagen en falen, van een stijve of een slappe, en niet mijn – maar zijn – gêne daaromheen. We moeten immers de nachtklok slaan, in dit heilige bed. Ik was allang verdwenen, opgerold in mijn schelp.
Dierbare vriend zegt: een man die jou leuk vindt, lieve schat, kan wachten, een jaar desnoods! Die wil overal en altijd bij je zijn, ook in een klamme tv-studio. Die vindt het een feest om de tijd met je te delen, ook al zit je kapsel linksom of rechtsom. Andere dierbare vriend zegt: Je bent een eigenzinnig type, en je bent moeilijk te lezen. Hij lacht: ja, ik ken jouw taal. Maar lezen en begrijpen is niet 1 + 1.
Ik ben onderweg, en ik wandel door. Het leven is zo’n machtig raadsel. In gedachten banjer ik langs het strand. Eb, vloed, branding, schuim, aangespoelde kwallen, ritselende schelpen, ik wil ze allemaal. Niet persé nu. Over een jaar of twee mag ook. Met alle slakken erbij.

Geplaatst in dieren, mensen, psychologie | Getagged , , , , , , | 2 Reacties