Mijn jongste zoon vraagt mijn mening over een bepaalde reclame; het gaat over secondlove.nl. Een website waar mensen – voor zover ik begrijp – vreemdgaan met medeweten van hun partner. Een soort gedoogbeleid.
‘Wat vind jij ervan?’ vraag ik terug, om bedenktijd te winnen. Ik ben niet meer zo van de kant-en-klare meningen.
‘Belachelijk,’ zegt hij.
‘Bedoel je de reclame voor vreemdgaan, het principe van de website, of vreemdgaan in het algemeen?’ vraag ik.
‘Ik vind het gewoon helemaal immoreel,’ roept hij uit. Grote woorden zoeven door de lucht.
Ondertussen graaf ik in mijn geheugen… ik mag mezelf inmiddels tot de middelbare leeftijd rekenen en heb wel wat meegemaakt op dit gebied… een eenduidig ‘bah’ of ‘fout’ vind ik te makkelijk. Misschien is het juist heel veilig om binnen een internetwereld vreemd te gaan – en wat heet vreemd? De meeste mensen doen dit met iemand uit hun vriendenkring. Mensen zijn nieuwsgierig en raken verveeld. Mensen zijn polygaam, denk ik, in de grond van hun hart. Misschien is het idee van een leven lang met dezelfde wat veel gevraagd nu we steeds ouder worden en langer samenzijn. Uiteraard is dit allemaal theorie… en eh… er is een verschil tussen biologie en psychologisch gehecht zijn aan elkaar. Mijn zoon blijft erbij dat het te zot voor woorden is: een second love op internet, naast je eigen lief.
Ik onderwerp hem aan een ethisch vragenvuur.
‘En naar de hoeren gaan?’
‘Swingers?’
‘Dark rooms?’
‘Polyamorie?’
Hij reageert korzelig.
Dan vertel ik over een van mijn eerste baantjes; in de jaren ’80 brak het fenomeen 06-lijnen door in Nederland. Kranten hadden pagina’s vol met advertenties voor 06-babbelboxen, chatboxen en sekslijnen. Ik woonde net in Rotterdam en kreeg de tip van een kennis om op zondagmiddag mee te gaan naar haar werk als operator van een babbelbox. Het terrein lag ergens in de Waalhaven. We kwamen bij een anoniem kantoorgebouw, waar we in een grote studio aanschoven achter een mengpaneel met tientallen knopjes en lampjes. Mijn kennis liet me zien hoe je lijnen met elkaar kon verbinden en hoe je mensen aan elkaar kon koppelen of apart zetten. Ik leerde ook zelf ‘in te bellen’.
De baas verzekerde mij dat dit geen sekslijn was, en ik besloot het baantje te proberen.
Al snel mocht ik in mijn eentje het kantoor in. Vanuit de stad pakte ik bus 45, helemaal tot voorbij IJsselmonde. Dan sloeg de heimwee al toe; op dit soort industrieterreinen wilde ik meteen rechtsomkeert maken. Maar ik zette door en opende de lijnen. De zondag duurde uren; ik had weinig klandizie en staarde met lege blik naar het mengpaneel. Af en toe klonk er een hulpeloos verzoek of een vragend hallo? in de lege kantoortuin. Het was de bedoeling dat ik meedeed en de bellers letterlijk ‘aan het lijntje’ hield. Dat leverde natuurlijk geld op. Maar al na enkele zondagmiddagen ging ik met zwaar gemoed de bus in naar de Waalhaven. Ik vond het verschrikkelijk om mensen – vooral mannen – aan de praat te houden op een duur 06-nummer. Met de bedoeling ze een beetje in de stemming te brengen.
De baas belde als ik dienst had en testte mij uit. Op een dag moest ik op gesprek komen; hij vond dat ik niet actief genoeg was tijdens mijn dienst.
Ik antwoordde, te eerlijk: ‘U heeft gelijk. Ik bemoei me zo min mogelijk met de bellers. Dat komt omdat het systeem van 06-lijnen me tegen de borst stuit. Het is weerzinwekkend om op deze manier met mensen om te gaan, en ze te manipuleren. Ik vind dat u mensen belazert.’
Hij knikte, betaalde mijn laatste dienst, en zei dat ik kon gaan.
En wat was ik blij dat ik terug kon naar de bewoonde wereld. De vieze, onvolmaakte wereld van Rotterdam-Centrum. Die toen nog geen computers kende. Geen mobiele telefoon. Alleen maar de goeie, ouwe vaste telefoon aan een stekker. Het idee van internet – een universum waar elke bibliotheek of bordeel permanent toegankelijk was – was ondenkbaar.
Mijn zoon kijkt me ongelovig aan.
‘Tja, jongen, je moeder heeft de gekste baantjes gedaan. Maar aan gevoel voor onrecht of ethiek ontbrak het me nooit.’
En de hype rond 06-lijnen duurde niet lang; tot de komst van de mobiele telefoon, halverwege de jaren ’90. Toen kreeg de gewone man zijn eigen 06-lijn. Met eindeloze mogelijkheden tot second loves.

babbelaars en zwijgers

Berichtnavigatie


2 gedachten over “babbelaars en zwijgers

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Meld je aan voor nieuwe blogs