Al jarenlang maak ik ’s zomers een toeristisch rondje Rotterdam, en doe alle verplichte nummers: Spido, Diergaarde, Midgetgolf, Pannenkoekenboot, Euromast. Deze keer besloot ik naar Trompenburg te fietsen. Ik zeg het beschaamd: in de 30 jaar dat ik hier woon, heb ik deze tuin nooit bezocht. Tijdens mijn fietstocht over de Boezemlaan passeerde ik Begraafplaats Crooswijk, en besloot straks, op de terugweg, het graf van mijn vader te bezoeken. Sinds zijn overlijden twee jaar geleden ben ik daar één keer geweest. Zijn rustplaats was slechts herkenbaar door een verregende foto op A4 in een insteekhoesje: zo belangrijk was de grote kunstenaar kennelijk voor zijn geliefden.
Nu ik langs het kerkhof fietste, besefte ik hoeveel er weer veranderd is. Het einde van mijn financiële perikelen heeft hij niet meegemaakt – net zo min als het proces trouwens. Hij vond dat ik het zelf maar moest uitzoeken, en er vooral niet over bloggen, in verband met ons imago. Het betekende een definitieve breuk. Op de dag van zijn overlijden prevelde ik zacht: jouw tijdperk is voorbij, jij kan mij nooit meer pijn doen.
Ik racete voorbij de begraafplaats, vol in de zon en vol in het leven, en bedacht dat er maar één manier is om verzoening te krijgen met onze geschiedenis; voelen hoe we allemaal in hetzelfde schepnetje zitten, druk spartelend, en we hebben alleen maar dit leven, zowel voor de pogingen als voor het resultaat. Hoe ongelukkig pakt dat soms uit. Ik hou niet van verheerlijking van de doden – dit was geen prettige man, voor zijn kinderen helemaal niet. Maar het besef van dat ene leven, dat schepnetje waarin we krioelen, ook falende ouders… biedt ruimte voor mildheid.
In de tuinen van Trompenburg was het heerlijk dwalen. Kruidige geuren omringden me op de paadjes. Achter elke bocht wachtte een verrassing; een prieel, bruggetje of geheim kronkelpaadje naar het donker. Ik bewonderde de cactustuin, en de shiitake-kwekerij van oude eikenstammen. Er was drukte van moeders met huppelende kinderen, felgekleurde schepnetten in de aanslag vanwege hun speurtocht. Een enkele keer schoof een oudere heer voorbij, in gedachten verzonken. Op een bankje rustte ik uit. Een uurtje later fietste ik via de Oostzeedijk naar het centrum, voor een ijsje. Toen ik daarna thuiskwam, dacht ik: ach, helemaal vergeten naar het kerkhof te gaan.

het meisje, de tuin, en de dood

Berichtnavigatie


4 gedachten over “het meisje, de tuin, en de dood

  1. Hallo Marinet,

    Ik ben weer terug van even weggeweest.Ik val gelijk met mijn neus in de boter: deze mooie, pijnlijke blog. Heb hierdoor ook het werk van je vader even kunnen bekijken. Vooral zijn lino’s spreken mij wel aan. In jouw blog voel ik de pijn – en de wens tot verzoening. Mooi ook hoe je dat schepnetje nog even laat terugkeren! Zoiets kost tijd, kennelijk..

    Dit weekend ga ik zelf kijken naar de houtsnedes van Frans Masereel in Oostende. Zal ik je laten weten hoe dat beviel? Ik wens je het allerbeste, een fijn weekend ook.

    P.S. Ik moet even wennen aan de nieuwe vormgeving van je website (zo lang was ik dus weg). Ik was een beetje gehecht geraakt aan dat ouderwetse, en die enthousiaste foto. Dit is ook goed.

    1. Ik moet ook nog wennen, hoor, het is pas sinds gisteren vernieuwd. 😛
      Ja, ben benieuwd naar Frans Masereel, laat me weten.
      Deze foto is ook van jaren geleden… een beetje ouderwets blijf ik dus wel.

      Fijn dat je er weer bent en reageert, Onno!

  2. ‘ons imago’ – wat een uitspraak… Imago bestaat niet… en dan nog ‘ons’? Dat slaat nergens op. Goed dat jij je eigen weg ging. Zo kwamen wij elkaar tegen.
    Ik ga ook mijn eigen weg, mijn imago zal er wel bij varen… indachtig dat imago niet bestaat… 😉
    en soms kom je dingen tegen op je weg, Trompenburgs of Marinets, en dan sluit je het voor eeuwig in je hart! <3

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Meld je aan voor nieuwe blogs