Een klant klaagde over de prijs van een fles Fanta. En over de prijs van het statiegeld. En over alles. Ik zei dat hij voor goedkope sinas naar de Aldi moest. ‘Wat kijk je boos,’ zei hij, ‘ik heb recht op een glimlach.’ Ik antwoordde dat ze op waren, mijn glimlachen. Toen noemde hij me een trut en hij riep dat hij een klacht ging indienen. Achter hem verscheen een deftige heer van in de zeventig en hij kuchte: ‘Dag mevrouw. Wat een baan.’ Ik zei dat elk mens zijn eigen uitleg aan het begrip Beschaving geeft.
Hij zei ‘Beschaving hadden ze in het Oude Testament ook niet. Alleen maar geweld en seks. Maar het Hooglied!’ Hij boog zich over de counter: ‘De beste erotische poëzie ooit. Als kind las ik het in de kerk, tegen de verveling.’ De rij achter hem werd langer terwijl hij begon te prevelen:

“Wie is zij die opgaat als de dageraad,
schoon als de blanke maan,
stralend als de gloeiende zon,
geducht als krijgsscharen?
Naar de notenhof daalde ik af
om te zien naar de bloesems van het dal,
om te zien of de wijnstok botte,
de granaatappelbomen bloeiden.
Ik kende mijzelve niet;
gij hebt mij op vorstelijke wagens geplaatst.”

Mijn glimlach keerde terug en ik zei: ‘Dat is dan 31 euro 15. Airmiles of zegels?’
‘Geen van beide, mevrouw. Maar doe me een lol en vergeet dat heerschap van zoëven.’

Beschaving

Berichtnavigatie


Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.