Mijn oudste zoon mocht op proef naar Sparta. Hij vloog over het veld en de bal was alsmaar bij hem. Of andersom? Hij passeerde de een na de ander, trok wondermooie sprintjes. Na een kwartiertje kwam de trainer vragen hoe hij toch heette, die tengere knul met die jagende blik. Of hij zondag mee wilde doen met het toernooi. “Dat doe je toch zeker?” vroeg ik, te enthousiast. Hij schokte met zijn schouders en zei: “Duh. Ik zie wel.” Toen viel hij in het gras en zijn ogen glinsterden. Van vermoeidheid, zei hij. Duh.

De bal

Berichtnavigatie


Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.