Ik was zo vroeg bij de rechtbank, dat ik koffie kon drinken, en enkele recepten lezen in mijn meegebrachte taartenbakboekje. En ik kon gesprekken afluisteren; links van me een mevrouw met ongewassen grijzig haar, nog net niet op sloffen, en ze wordt begeleid door een keurig gekapte budget-consulente die begripvol naar haar luistert. Ik beluister een en al misère. Tante Bet is al door vele mensen belazerd, heeft haar pinpas in vertrouwen aan deze en gene meegegeven, liet mensen in haar huis toe, tekende leningen voor duistere wachtkamerheerschappen, kortom: ze zit diep in de penarie. Ze zegt met haar doorrookte sherry-stem tegen de consulente: “Ze mogen me alles afnemen. Als ik maar in me huisje mag blijven, met me hondje.” De consulente knikt. Ik inwendig ook. Je huis, en je hond, wat wil je nog meer op je wachtbankje bij de rechtzaal.
Schuin tegenover me zit een Indiase man, wie weet verkoopt hij sieraden, goud, veel goud, ooit. Nu niet meer. Hij leest zwijgend een Metro-krantje en slobbert aan een bakje koffie uit de automaat. Na een tijdje verschijnt een jong meisjes-duo. Marokkaanse meiden, op sneakers, met bomberjacks en strak weg gekamd haar in staartjes. Ook zij wachten; op haar beurt. Ze peppen elkaar op met verhalen in de categorie: afschuwelijk en afgrijselijk. Ik hoor het gelaten aan, berg mijn naïeve receptenboekje maar op, en mijd elk oogcontact. Maar er is geen houden aan. De meiden gooien het er eens lekker uit… “Die vrouw van hem, die had tien kinderen, en alle tien gingen ze precies na drie maanden dood. Dus die man die hield er een kasboek van bij, want die snapte het niet… Al zijn kinderen gingen maar dood… En wat bleek… Tering… Nou… Wat dacht je dan van die ontvoering van haar, da’s ook niet normaal… ze vonden haar na weken terug… verkracht… enzovoort… Ach ja de wereld is een klotezooi… Ik laat m’n kinderen nooit meer alleen, nee, wat jij dan, ze nemen ze zo mee, want laatst, laatst…”
En hup, daar klinkt de volgende wurgmoord over de galerij. Ze genieten zichtbaar. Ook een manier om je zenuwen te temmen. Tussendoor spellen ze elkaars horoscoop in de achtergelaten Metro van de Indiase man. “Ben jij ook een Boogschutter?” Het ene meisje leest het andere meisje voor, hoe haar leven zal veranderen, hoe nieuwe kansen dagen, dat ze eindelijk energie zal krijgen om meer… en dat alles een kwestie zal zijn van tijd… De meiden grinniken en kletsen weer door. Kanker en tering, en de hemel is de hel.
Een verdieping lager, via de open galerijen, hoor ik een advocaat met zijn jonge cliënte praten: “Winkeldiefstal? Nee, wat jij hebt gedaan, noemen ze in de aanklacht ‘strooptochten’. Misschien moet je maar gewoon de schuldsanering in. Ben je over drie jaar overal van af.” En hij vraagt hoe hoog haar schuld is. Het meisje leunt kauwgom kauwend achterover en doet een lome schatting. Vijfduizend… nee… achtduizend…?
Ik voel me doodmoe, en probeer mijn oren te sluiten. Als dit de moderne wereld is, en ik zit hier toch ook met mijn failliete bedrijfje, als dit de maatschappij weerspiegelt, wat moet ik mijn studenten dan uitleggen, wat vertel ik mijn zoon, en hoe ga ik straks om met de woorden van de rechter, die wellicht tientallen keren op een dag jonge dievegges, chickies, bitches, tante Betjes en ook nog een enkele sombere schrijfster voor zijn toga krijgt?
“Mevrouw Haitsma!” galmt de bode.
En ik stap het lege zaaltje in. En de rechter zegt “Neemt u plaats.” En hij zegt: “Zo, we zijn hier om uw aanvraag voor de schuldsanering te beoordelen. Wilt u de volgende vragen beantwoorden…”
Ik probeer dat zo kort en zakelijk mogelijk te doen.
Bent u in staat om 36 uur te werken?
Waarom heeft u dat nog nooit gedaan?
Beseft u welke strenge verplichtingen er aan de schuldsanering kleven?
Weet u dat u elke week moet solliciteren?
Hoe gaat het met uw zoon?
En uw oudste zoon?
Wat zegt u?
“En dan nog wat… mevrouw Haitsma. Ik lees hier dat u werkt aan een boek. Een boek over uw 36 Maanden Schuldsanering.”
Ik knik gelaten, doodsbang dat hij me zal afwijzen en terug naar de hel van de ABN-AMRO.
Dan zegt hij: “Weet u dat ik vannacht wakker lag van de angst u ongunstig gezind te zijn en als zodanig in uw boek te belanden?”
We schieten in de lach, en ik denk: dat hangt af van de uitkomst van deze zaak, man.
Hij raadt mijn gedachten, of hij wist het antwoord al. “Ik laat u toe tot de schuldsanering, en over drie jaar bent u klaar. Het zal niet makkelijk zijn. En ik adviseer u om misschien te wachten met uw boek. Stel… dat het zomaar een bestseller wordt… nu… en dan moet u al dat geld inleveren…”
We schieten weer kort in de lach. Hij herstelt zich snel: “Dat was een grapje.”
Ik vraag hem naar zijn naam. Voor het boek.
En hij antwoordt koel: “Dat leest u in het vonnis.”

de rechtspraak

Berichtnavigatie


Een gedachte over “de rechtspraak

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *