Op een koude dag in december, toen de maan als een wankel schuitje aan de hemel hing, waren niet alle brieven opgehaald. Lichting 2 is geschied. Maar deze brief bleef achter op de stoeptegels, onder de rode PTT-bus. Ik vond hem in de donkere ochtend, nog voor zeven uur, toen ik de hond uitliet en zelf een brief postte. Daar lag een zilverkleurige enveloppe, gericht aan de heer J. Luijkens in Leidschendam. De brief lag misschien al de hele nacht onder de bus. De wind had er niet mee geflirt. Honden hadden er niet mee gedold. Zwervers hadden het poststuk niet meegepikt. Meneer Luijkens kon lang wachten op zijn post – voor zover hij deze verwachtte. Misschien was hij onwetend van het feit dat iemand vanuit Schiebroek hem een brief had gestuurd; wie deed zoiets nog in dagen van social media, what’s app, msn of twitter. Wie kreeg er nog ansichtkaarten, ontboezemingen op roze papier, geparfumeerde wensen, hatelijke afscheidspost, geheime kusjes, anonieme complimenten of tickets voor een verre reis per stoomboot. De laatste weken bestond mijn post voornamelijk uit mededelingen van de belasting, de kredietbank of het incassobureau. Een enkele kaart glipte op de mat, als de manestraal die mijn zoon en ik ‘s avonds hadden gewezen; “Kijk, daar, heel ver weg. En de zon is nu daar. En hierdoor zien wij maar een streepje.” Mijn zoon legde het zo goed uit dat ik hem bewonderend aankeek. Ja, zei hij. Zo is het. Maar brievenpost, nee, dat was zo lang geleden, in een tijd dat mannen nog probeerden mijn hart te stelen, met letters en woorden. In een tijdperk van voor het internet. De hedendaagse man echter had weinig geduld meer, eiste per ommegaande een ja of nee, en tja… dan was het spelletje weer uit; op naar de volgende date. Voor mij een onbegrijpelijk, gehaast en jachtig gebeuren dat geen recht deed aan de meanderende traagheid die ontluikende gevoelens eigen is; schuchter, onwennig, beschaamd; gevoelens die soms wilden aanmeren, schuilen in rietkragen, opfladderen, wegdromen in hommelhuisjes, wortel schieten onder lentekruinen of zoekend naar het onbeweeglijke van aarde – zo zag ik het opbloeien van een relatie. En ik bleef alleen. Ik omklemde de zilverkleurige brief en keek naar de twee gleuven van de postbus. Waar moest de enveloppe voor meneer Luijkens naartoe: links of rechts? En wie zou het opmerken als deze brief nu toch was weggewaaid. Als dit bericht nooit in Leidschendam arriveerde. Wie zou het merken indien de brief door een ander werd opengeritst, en de woorden door een onbekende werden gespeld. Wat dan.

de vergeten brief

Berichtnavigatie


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *