Vriendin A. en ik bezoeken Romeo & Julia, en er zijn geen woorden. Dans, lichamen, zweet, schuifelende voeten. Eindelijk een avond zonder taal. Met vriendin A. heb ik vaak gepraat over verliefd zijn, over afscheid, bij iemand weggaan, over boosheid ook. Nu zeggen we ‘wow’. Wat een verpletterende dans. Zo ging het; ik zag hem, hij zag mij, september 2006, shit, dat deed pijn, en nu gebeurt het op dat toneel. Verliefd, dat is de boom die voor je voeten de weg verspert, met een donderklap, terwijl iedereen meende dat het windstil zou blijven. En daarna wordt het nooit zoals vroeger, en je wordt ziek, van het hunkeren. Alles, wat ik toen met je deelde. Wat uniek leek, want het was wij. Wij is uniek en ondeelbaar, als een atoom, als een wet van Spinoza, zo zei ik het je; het is een wet. Dat ik bij je moet zijn. Ik behoor jou toe. Voorgoed. De eerste herkenning, verwondering, verrukking, angst, het verlangen, nog meer verlangen, het willen, je willen, nog meer willen, niet meer zonder willen, kunnen, niet meer kunnen, snakken, je lichaam, hebben willen, ik wil je, ik heb je, ik haat het, ik laat je, kom hier, laat me, kom terug, heb me, hou me, wie ben je, wie is zij, ik kras door die naam, dat kreng, die bitch, dat loeder, hoe is ze, hoe zijn jullie samen, ik haat, jaloezie is mijn gif, diep in mijn buik smeult het, oh, ik ga weer, ik wacht, ik pieker, ik fiets, nog harder, ik sprint van je weg, nee ik zie je, ach wat, we zien wel, in de gang, nee in dat ziekenhuis, nee, in die spreekkamer, nee, aan dat bureau, nee, in die stoel, die eeuwige klok, de tijd is ons gevecht, dichterbij, je gezicht, je neusvleugels, ik tel je rimpels, je bent zo griezelig nabij, dat je een universum ver weg lijkt, oh god, mijn angst, hoe kan ik je ooit dragen, deze intimiteit, de lust, teleurstelling van onbegripjes, paniek, donder op, stil maar, oké geluk weer, stilte, de razernij, en wat nu, en dan morgen, en wanneer, en hoe, in vredesnaam, het kan niet, maar het is zo – slapeloos van je geur van citroen en leer, je machtige lijf van ijzer, staal, erts, steenkool, hout, wassende maan, in golven naderde ik toe, maar jij. Je bleef altijd daar, op die plek, bij haar. Romeo. Julia. Zo was het, en het is gedaan.

de wetten van verliefd

Berichtnavigatie


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *