Ik bezocht de open dag van het Japans Centrum Shofukan, waar A. werkt. Ze heette me welkom in het centrum en ze zei: “Marinet, denk erom, nu heb je het druk, maar ik was jouw eerste fan!”
Dat klopt, A. hield een speech bij de presentatie van mijn debuutroman in 2008. Daarna kregen we allebei nieuwe bezigheden. Maar vandaag werd ik fan van haar Japanse cultuur, die in allerlei kunstuitingen blijk geeft van toewijding, traagheid, concentratie. Er waren minuscule kikkertjes, die je in je vensterbank kunt zetten om bezoek welkom te heten. En ik zag hoe deelnemers van een Zenmeditatie in slow motion door de Dojo bewogen. Door een raampje gluurde ik naar binnen bij een workshop bloemsierkunst; met een paar takjes wordt een schaal gevuld. Een fluitist demonstreerde Shakuhachi, een bamboe fluit waarmee je monotone melodieën speelt die vooral je eigen ademhaling volgen; het gaat niet om een ritmisch wijsje, maar om contact met je stem. Bij een andere tafel zag ik hoe een kok zalmfilet in flinterdunne lapjes sneed, voor de sushi. En er was ook een designwinkelier, die Japanse interieurs verkoopt. Ik vroeg aan iemand: “Waarom lijkt alles te draaien rond eenvoud en soberheid.” Ze antwoordde: “In het Westen gaat alles om veelvoud en snelheid. Dat geeft gejaagdheid en dat is niet goed voor een mens.” Ik hou van dit minimalisme waardoor de meest alledaagse zaken – eten, drinken, slapen – abstracte kunst worden. Tot slot volgde ik de workshop Naginata; een gevechtssport met complexe bewegingen en uitroepen: “Kune! Men! Kote!” Wij moesten in beheersing de hellebaard zwaaien, maar onze stem zo hard mogelijk laten schallen. Zo hard, dat een peuter in tranen uitbarstte en de Dojo werd uitgedragen. Ai ai!

een Japanse kikker bij de deur

Berichtnavigatie


Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.