Al wekenlang begin ik telkens opnieuw. En ik loop weer weg van de computer. Schrijven lijkt momenteel vrij zinloos. Of te ingewikkeld. In Oost-Europa is een oorlog uitgebroken (klinkt als een virus) en plotseling is ook Nederland deel van geopolitieke krachten waarvan ik de impact niet kan overzien. Het klinkt dom om erover te schrijven. Wat weet ik immers van alle politieke schaakstukken op de achtergrond. Of in hoeverre valt de huidige berichtgeving over Oekraïne óók weer onder het begrip fake news. Ik hoor mijn antivax-vriendinnen al spinnen: Marinet, er is iets heel anders aan de hand dan deze inval van Poetin.
In het stemhokje voor de gemeenteraadsverkiezingen stemde ik deze keer voor het eerst in mijn leven tamelijk rechts – uit protest (tegen wie of wat eigenlijk). Alsof het iets gaat veranderen.
Europa is eensgezind tegen de agressie van Poetin. Maar hoe eensgezind waren we tegen alle andere oorlogen, zoals in Syrië? Werden de vluchtelingen toen zo warm onthaald? Kon Poetin niet decennialang zijn gang gaan, onder instemmend geknik van onze politici? Het is verwarrend. Waarom zou ik me wel in het gezicht van een Oekraïense vluchteling herkennen, maar niet in dat van een Afghaanse tolk?
Iedereen praat over kernwapens. Opeens.
En de opkomst bij de lokale verkiezingen is historisch laag. Ik vrees dat een groot deel van onze nieuwkomers, die inmiddels allang Nederlanders zijn, geen enkele affiniteit heeft met onze burgerpolitiek, onze gemeenteraden en democratische waarden. Zoveel mensen hoor ik de antwoorden roepen. Dit is de waarheid. Zo zit het. Ondertussen loop je als moeder met je pasgeboren kind door de puinhopen van je stad, op zoek naar veiligheid en rust, een plek om je baby te voeden.
Welke boeken zou je kunnen lezen om het Russische oorlogsapparaat te begrijpen, was de vraag in een talkshow. Een vrouw promootte Zinkjongens, van Svetlana Alexijevitsj. Getuigenissen uit de oorlog in Afghanistan, jaren ’80. De auteur won de Nobelprijs voor de literatuur in 2015. Een essayist beval Alleen in Berlijn aan, een boek uit de jaren ’50. Het klonk zo indrukwekkend dat ik meteen ging googlen; en hup, het was al uitverkocht bij de internetwinkels. Zinkjongens lees ik met afgrijzen – dus ik lees door. Ondertussen loop ik al sinds eind februari met één vraag: “Zeg Otto, wat vind jij?”
Moet ik me zorgen maken? Waar ligt het gelijk? Is Poetin het probleem… of is Biden eigenlijk stroman van een groter spel? Waar is het gasmasker dat voor de gein bij ons thuis hing, in de jaren ’70? Wat raad je me aan.
Hij foeterde, mijn vader – meestal op de Amerikanen. Demonstreerde mee tegen de oorlog in Vietnam. Keek ontroerd naar de glasnost van Gorbatsjov. Zolang ik me herinner, las hij meerdere kranten: ’s morgens de Volkskrant, ’s avonds NRC Handelsblad. Protesteren tegen elke gevestigde orde was zijn politieke DNA. Op latere leeftijd was zijn vizier steeds meer op het Oosten gericht, niet alleen vanwege geopolitieke interesse; zijn twee laatste echtgenotes kwamen uit Polen. Al die feiten zitten in de grabbelton van een leven dat voorbij is. En alleen nog in het diepst van mijn gedachten antwoord geeft.

een van vele oorlogen

Berichtnavigatie


2 gedachten over “een van vele oorlogen

  1. Ik vrees dat ook wij er mee te maken krijgen; Marinet en dan bedoel ik niet de vluchtelingen; die zijn welkom; maar met de oorlog zelf…..dat zegt mijn voorgevoel

  2. Vaak heb jij je vader verguist Marinet, maar hoe mooi zoals jij Otto nu eert in deze blog. Tsja… onze ouders… precies de ‘juiste’ ouders voor ons… En ook dat is vaak een ‘oorlog’ om hen te kunnen ‘nemen’ als ouders.

    En wat schrijf je toch mooi. Ik ben trots op jou!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.