Mijn jongste zoon is plotseling volop ‘in de egels’. Elke vraag draait rond dit vriendelijke dier. Ik kom ze ‘s nachts tegen, met de hond. Maar daar heeft zoonlief niks aan. Daarom bel ik met mevrouw Arendse van de Egelopvang van Vogelklas Karel Schot. Die zitten bij Metrostation Rijnhaven. Maar mevrouw Arendse zit lekker thuis. Met 36 egels. We lopen mee naar de schuur, waar een weeë lucht van kattenvoer je tegemoet slaat. Overal bakken met zieke egelgezinnen. Het schuurtje is een minihospitaal waarin mevrouw Arendse dag en nacht klaarstaat voor de gewonde, verweesde, omgevallen of doodgereden egel. ‘Vakanties schieten er bij in, maar ja,’ zegt ze. Ze heeft een protocollenboek gemaakt, waarin voor elke gram egel de juiste medicatie staat; geen egel zal hier sterven aan een overdosis Propofol. Terwijl wij met een baby-egel op onze hand spelen, wordt een nieuwe wees binnengebracht. ‘Ik zie het al,’ zegt mevrouw, ‘maden.’ Met een tandenborstel begint ze het bolletje schoon te poetsen. Ondertussen vertelt ze over het wezen van de egel. Dat hij als baby met een paar armetierige witte stekels wordt geboren, die later vervangen raken door een fraai jeugdkleed, en tenslotte veranderen in een slimme wirwar van scherpe punten. Dat er exemplaren zijn van wel 1800 gram. En dat het mannetje – het zal eens niet zo zijn – alleen langskomt om te neuken. Het baby-egeltje op mijn hand sabbelt druk aan mijn vingertoppen. Vervolgens steekt hij zijn tongetje uit en verdeelt het kwijl over de stekels. Smaak ik goed? ‘Nee,’ legt mevrouw Arendse uit, ‘dat is het orgaan van Jacobson.’ Een zintuig dat bij mensen is verdwenen, maar slangen hebben het ook nog. Met deze extra proeve scharrelen ze waarschijnlijk kevers en spinnen op. Of meelwormen… opgediend in de schuur van mevrouw Arendse: het hele jaar 24/7 geopend.

Het orgaan van Jacobson (7.9.09)

Berichtnavigatie


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *