Ik ben een jongetje van tien, nu. Ik mocht kiezen wat we gingen doen. Met mijn verjaardag. Ik zei: karten. Dus we gingen karten, met mijn beste vrienden. Toen we daar kwamen, was het een hoop lawaai. Ik zei tegen Marinet: het is spannend. Ze riep: ja, wow! Toen we aan de beurt waren, kregen we eerst inspectie van het parcours. Daarna moesten we een veiligheidsvest aan. Tegen brand, zei de baanleider. Daar overheen kregen we een brandwerend jack. Op ons hoofd moesten we een badmuts, ook tegen brand. En daarop nog een heel grote helm. Toen ik al die dingen aan kreeg, dacht ik: dit is allemaal beveiliging. Dus karten is brandgevaarlijk. Maar ik wilde niemand bang maken, dus ik zei niets. En mijn vrienden sprongen in hun karts en scheurden er vandoor. En ik. Ookal ben ik nu tien. Ik stond opeens stokstijf. Stil. Als een standbeeld. Ik hoorde de karts voorbij scheuren, de motoren knetteren, en uit de speakers klonk een omroeper. Maar ik kon nietĀ bewegen, door al die beveiliging aan mijn lijf. En toen begon ik te huilen. Ook dat nog. En Marinet kwam naar me toe en vroeg: wat is er? Maar als ik huil, kan ik niet praten. Dat is ook beveiliging. Dus ik wist het niet meer. En ze zei: dit is je kans, je wilde het zo graag, probeer het! Maar mijn voeten waren van steen en ik kwam niet voorbij het hekje. Terwijl mijn vrienden alsmaar rondjes scheurden. En ik ben naar de kant gegaan. Helm af. Jack uit. Zwemvest af. Limonade drinken. En nu. Nu heb ik spijt. Want dat krijg je. Spijt, voor altijd.

Ik ben tien en ik heb spijt

Berichtnavigatie


0 gedachten over “Ik ben tien en ik heb spijt

  1. šŸ™ Ach wat een treurnis. Het heeft ook wel iets heel ontroerends, zo’n stoere grote die ook nog een kwetsbare kleine is…

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.