Ik werk aan een nieuw project; 36 maanden. Maar eerst wilde ik nog wat zeggen. Ik wilde, na alles wat is voorgevallen, toch iemand bedanken. Voor alles wat er is, wat ik van vrienden, vriendinnen, ontvang, maar meer nog: voor wat er niet is, en wat – zo schijnbaar – lijkt. Alles wat wij denken maar niet zeggen, alles wat we voelen maar niet raken. Wat verdwijnt, de komende tijd. Er is geen abonnement meer, geen telefoon, geen warm eten, geen auto meer ook, geen perspectief voorlopig, geen diploma of rapport, er is geen vakantie naar de zon, geen vliegreis, zelfs geen weekendje weg, geen busticket ook, er is geen vlees, geen kip, geen nieuwe kleding, geen winterjassen, geen kindercadeaus, geen sinterklaas noch kerstman, geen etentjes, geen film, geen theaterbezoek, geen concerten, geen nieuw beddengoed, geen zwembad, geen dit geen dat geen zus of zo, en ook dat daar is op, en het ligt niet in de plannen om de voorraad aan te vullen. Er is gewoon helemaal niks, ja, toch wel. Je glimlach, je vriendelijke stem, je warme handen, je aangename, foute grappen, en de volgende vraag, die ik niet had verwacht, de zoveelste vraag die me in verlegenheid brengt; dat heerlijke gevoel van toenadering, van jou naar mij. Dus er is jij, er is ik, en dat is echt heel wat. Ik is het begin, van onnoemelijk veel levens. Voor mij, na mij, en nu. Ik. Ik kan levens redden,

Ik is het begin

Berichtnavigatie


Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.