In een week tijd begeven allerlei dingen het, waaronder de wasmachine. Ik dacht al: mijn kleding rook schoner ervoor dan erna. Ik dacht ook: hoelang heb ik deze machine nu inmiddels. Meestal als ik zulke dingen begin te denken, is het foute boel. Ik durf amper over mijn auto na te denken. Voor je het weet, rolt er een wiel onder vandaan. Of begeeft de rem het. Dingen begeven het. Mensen begeven het ook. Ze verliezen elkaar uit het oog. Houden op met stappen naar elkaar toe te zetten. Ik hoor en zie verhalen waaronder mijn hart bezwijkt. Ik laat het huilen. Dit Pinksterweekend. En ik kruip weg in mijn huis, ik verstop me tussen de bereklauwen in het bos hier. Er zijn ook nog zoveel jonge eendjes. En nu verschijnen de lelijke, jonge zwaantjes. De ouders zwemmen met uitgerekte halzen voor hen uit. Weer draai ik The heart of life, van John Mayer. We voelen de ergste dingen met onze buik en maag. Maar ons hart krimpt ineen. En de volgende dag staan we weer op. Ik begrijp het niet. Maar ik ben toch blij. Dat ik, onvolkomen, leef. Hoe fout ik ook van mensen hou, hoe verkeerd ik toenader. Hoezeer ik fatale beslissingen nam, of laffe keuzes maakte. Ik heb het gedaan met dit onervaren hart, dat wellicht pas in de ondergaande zon enige wijsheid zal hebben.

John’s hart

Berichtnavigatie


0 gedachten over “John’s hart

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.