Ik zit vanmorgen vroeg – echt – op het mooiste plekje langs de Bergse Plas. Achter me staat de bevroren windmolen als een vogelverschrikker bij de snoekensluis. Zonlicht dwaalt als crèpepapier over het ijs. Mijn hond waagt zich erop; ja, inderdaad, je kunt op water lopen, soms. Even verder zit een ooievaar ineengedoken op zijn hoge post. En vanuit het niets komen ze aangezeild, als luchtschepen: twee zwanen, met hun fluitende vleugelslag. Ze klapwieken voorbij, op weg naar niets. De alleenheid van deze wintermorgen maakt me onbegrijpelijk blij. De wereld is het allermooist in onaangetastheid, ongemoeid door mensenherrie. En mijn hond keert van het ijs, en komt naast me zitten, als een vergeeld schilderij. Ach, we staren maar wat, naar een wandelaar, naar de zon, en naar elkaar. En we kunnen doodstil zitten. Heel lang. Verder hebben hij en ik waarschijnlijk weinig gemeen. Al denken we van wel.

kerstgezang

Berichtnavigatie


Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.