Voor 2019 zette ik op mijn bucketlist om elke maand tenminste één boek te lezen. Een poging om de vriendschap tussen mij en de letteren te herstellen. De traditionele roman kan me helaas steeds minder geboeid houden… meestal zie ik hoe het verhaal zich ontvouwt en denk: okidoki, got the message. Daarna belandt het boek in de kast… ik loop er nog eens langs… en… niks. Maar. Mijn maandelijkse boekplan is in werking, en de verrassing tot nu toe: een fantastisch kinderboek.

Januari –> Wees onzichtbaar, Murat Isik. Tja, goed verhaal, maar ja: zie boven, waarom ik toch weer afhaak. Andere boeken in januari: Puur & vegetarisch (Tine Tomme), Soul Kitchen (Tine Tomme), Puur vegetarisch (Peter Berley). Peter Berley is een gerenommeerde Amerikaanse kok die in de macrobiotische traditie kookt en hiermee veel prijzen won, een voorloper van Yotam Ottolenghi, waar nu iedereen verlekkerd over is. Tine Tomme heeft het kookboek van Berley goed bestudeerd en er haar Vlaamse variant op geschreven, wat overigens tot een heerlijk boek leidde, maar ze had de credits van Berley mogen vermelden.

Februari –> Genade, wat een wonder, Philip Yancey. Dit boek begon ik te lezen na een dienst in het Noorderlicht, door een voordracht van Niels de Jong over genade. Niels noemde dit boek als inspiratiebron. Helaas is het een warrige verzameling anekdotes waarin genade het natuurlijk wint van bitterheid – wat op zich mooi is. Genade is een kernwaarde waar we allemaal wel wat van willen. Alleen jammer dat het boek zo belabberd geschreven – of vertaald – is.

Maart –> Lampje, Annet Schaap. Tja, dit boek heb ik al uit, dus ik lig voor op schema. Bravo, Marinetje. Ik had gelezen dat Lampje een bijzonder kinderboek is, dat niet voor niets veel prijzen won (hoewel er ook talloze mooie uitgaves nooit iets winnen). Het verhaal van Lampje is zalig. Een sprookje voor alle leeftijden. Er zitten zwarte kantjes aan, pijnlijke gebeurtenissen. Maar hoe ontzettend ontwapenend, de dapperheid van mensen die elke dag weer aan de slag gaan met hun bedoeninkje. Het gedoe waar we in zitten: dat we onhandig en klungelig en soms akelig zijn, en het desondanks reuze goed bedoelen. Dat zit allemaal in Lampje. Ge-nie-ten! Niks verklappen. Lampje is een juweel van een verhaal, dat me deed denken aan verhalen van Paul Biegel maar ook Roald Dahl. Heerlijke avonturen met een mooie, psychologische onderlaag.

Wat moet ik nu komende maand lezen? Ik mis Lampje namelijk nu al. En zo hoort het. Een verhaal moet zich in je nestelen, de hoofdpersonen je hoofd inpikken als hun huisje, net als bij een verliefdheid: je denkt er steeds aan, en je hóópt dat het blijft, dat het hen goed zal gaan, tot ver voorbij het verhaal. Zo verging het mij met Lampje. En toch bid ik dat er geen deel 2 of 3 zal komen… geen goedverkopende, platgewalste serie zoals Harry Potter. Hoop ik.

(En nog iets: waarom kan een goed kinderverhaal me zomaar bij mijn lurven grijpen, en veel bejubelde volwassen literatuur niet…)

Lampje

Berichtnavigatie


5 gedachten over “Lampje

  1. Kinderverhalen sluiten aan bij het kind in onszelf. Misschien is een kinderverhaal wel de verbinding tussen ‘genade’ en ‘worden als een kind.’ Deze begrippen komen uit een ‘zelfde bron.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meld je aan voor nieuwe blogs