Sommige van mijn collega’s zijn tijdens de kerstdagen in tropische oorden geweest. Egypte. Brazilië. Ze praten erover in de docentenkamer. Want ze zitten bijvoorbeeld met een jetlag. Eigenlijk zijn ze nog niet helemaal hier, op het werk. Ze moeten vreselijk wennen. ‘Nog maar twee dagen terug lag ik aan het strand in Brazilië.’ De ander zegt: ‘Amper drie dagen geleden liep ik in de woestijn.’

‘Deze vakantie sliep ik onder nieuw beddengoed,’ probeer ik. Vergeefs. Ik ben het gewend: dat mijn verhaal nooit opvalt. Grappig dat sommige mensen bang zijn dat ik over hen ga schrijven – hier of in een boek. Ik kan iedereen geruststellen: niemand luistert naar mij, niemand hoort, ziet of leest dit. Tenzij ik over geslachtsdelen schrijf. Dan stijgen de bezoekersaantallen explosief.

Enfin. De collega van de Egypte rondreis, bekijkt haar foto’s op de pc en zegt: ‘Wij waren op een stadscamping in Caïro. Dat was me wat. Een camping middenin de stad, tussen betonnen flats.’

De collega van Brazilië vertelt dat haar minnaar op de markt een varken wilde kopen. Voor zijn hele familie. Ook zij laat als bewijs een foto zien. Een schattig, levend varkentje. Maar ze hebben hem niet gekocht, want de collega had geen zin in zulk vlees. En waar was ik. In de kerstvakantie. ‘Bij Ikea,’ mompel ik. ‘We gingen meestal ’s avonds. Drie avonden.’ Mijn zoon en ik hebben alle bedden geprobeerd. Dat waren tijden. In de slaapkamers van Ikea.

mijn collega’s en ik

Berichtnavigatie


Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.