Overal zie ik woerden vechten om hun beurt. Op het dijkje klimmen maar liefst drie heren op de arme vrouwtjeseend, die geen verweer heeft. De drie gezusters Schaap kijken toe, terwijl ze monotoon hun hooi herkauwen. Even verderop ligt een moedergans te soezen in het zonnetje, met rond haar een stuk of vier bolletjes dons. En uit kale, dorre takken klimmen per seconde limoengroene blaadjes. Bij het uitlaten van de hond, ‘s avonds laat, denk ik: wat een raar herfstblad. Even later springt het blad opzij, en ik slaak een kreet. Het is een verdwaalde pad, onderweg. In mijn jeugd zag ik ze overal: platgereden op de provinciale wegen, vele slierten lang, plat als plakplaatjes waren ze.
Ik ruim het huis op, hang de wassen in de zon, al gauw verspreidt zich een typische voorjaarslucht door alle ruimten; jong gras, zeepsop en stoom, prille zon, vochtige aarde.
We eten om de week bij een oude bekende, uit een ver verleden. We hebben een deal; hij kookt af en toe voor mijn zoon en mij, zolang wij dat willen. En wij schuiven aan, tanken bij. De wederdienst: het biedt hem gezelschap. Hij had het al verteld, bij de uitnodiging: een recente scheiding hakt erin. Daarover gaat het dan ook vaak. De scheiding. Zijn jeugd. Zijn familie. Zijn levenshouding. Karakter. Hij is bepaald niet de gemakkelijkste. Is de eerste om dat te beamen. “Als ik boos word, berg je dan maar.” Maar ik heb niks misdaan. Nee, maar toch, ‘t is dat je het weet.
We voeren stevige discussies, nu we meerdere keren zo’n maaltijd hebben gedeeld. Beter ook, wat doet schone schijn ertoe, wanneer je weldra gepensioneerd bent en je vrouw heeft je na ruim veertig jaar verlaten voor een jonge, opwindende knul. Laat de schone schijn de klere krijgen. Wat hem betreft. Hij verdwijnt naar de veranda, voor een sigaret. Zwijgend rookt hij, in zijn stoeltje. Kijkt het avonddonker in, de herinneringen tegemoet. Omdat hij heel veel van haar houdt. Meer dan van zichzelf. “Dat snap jij toch niet,” bromt hij.
Ik zeg alleen: “Nog even en dit is een toneelstuk. Met prachtige dialogen, over oud zeer, en overnieuw beginnen, tegen de wetten in. Pas op je woorden, want ik kook alles in de lettersoep.”

paddentrek en lettersoep

Berichtnavigatie


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *