‘Het gaat om het kleine,’ zei Kaj. Hij leunde tegen het raam en wees voorbij de regendruppels, naar de hemel. ‘Het allerkleinst waarneembare. Dat maakt het klimaat interessant. Het is zo groot en tegelijk zo klein, overal, als een scharnier tussen ons en de atmosfeer.’

Ik stond op en ging naast hem staan. Zijn woorden murmelden langs mijn oor als een deuntje. Ik liet hem praten over de lucht, ik gunde hem zijn theorie over het klimaat, de getallen, de verandering in windrichting. Maar de lucht liet me koud. Ik luisterde naar zijn stem, snoof de geur van zijn hals en voelde zijn huid via zijn trui. Als ik die warmte in een doosje, in mijn hoofd, kon meenemen, me later kon herinneren hoe het was, als ik de ribbels van zijn trui kon bewaren, als ik de krul rond zijn mondhoek in mij kon kerven. Dan kon ik gaan. Want ik vergat. Alles.

scharnier

Berichtnavigatie


Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.