Ik ga zelden nog het centrum in. Misschien komt dat doordat ik me niet makkelijk beweeg op hoge hakken. En uitgaan zonder hakken… nah nah, dat kan niet. Dus ik bezoek Benjamin Winter & The Make Believe in het wijkcentrum. Met gratis bitterballen, zo meldt de e-mailing van het buurtwerk. Bij binnenkomst kijkt de baliedame me angstig aan: “Komt u voor het concert?” Ik knik: “Voor Benjamin Winter, de voormalige American Footballplayer.” Ze krimpt ineen. Want. Het concert is al begonnen. Ja. Dus? “U wilt alsnog gaan kijken?” Natuurlijk, antwoord ik. Het fijne van popconcerten is dat je kunt binnenlopen wanneer je wilt. Dacht ik. Ze wrijft nerveus in haar handen. Tja, wat nu. “En u heeft al een kaartje?” Ik schud mijn hoofd. Tja, mompelt ze. Ik besluit haar te helpen: “Kan ik dat kaartje bij u kopen?” Ach, uiteraard, zucht ze, en ze begeeft zich naar de kassa, achter de zakjes paprikachips. Op een vel papier noteert ze een kruisje. Er volgt assistentie van een meneer: “U moet weten,” legt hij uit, “het is heel bijzonder. Ze zitten op het podium.” Ik knik en loop mee naar de zaal. Ze zitten inderdaad op het podium: de band, en daar omheen in een halve cirkel zo’n 28 bezoekers. De meneer leidt me het podium op; er volgt gejuich en applaus. “Another visitor!” roept Benjamin Winter uit. “We’re so happy you could make it.” Beschaamd ga ik zitten. Ik zal nooit meer te laat arriveren bij een buurtconcert. Met 29 gratis bitterballen.

Superstar

Berichtnavigatie


Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.