Er is altijd een fractie van een seconde: onschuld. Zoals wanneer je ontwaakt. Met dat rozige gevoel. Dat de wereld klopt. Dat ene moment voordat je je bewustzijn betreedt. En weer in je geschiedenis valt. In het eeuwige tekortschieten. Terechtstaan. Moeten uitleggen, weerleggen, meedelen, delen, uitdelen, indammen. Iemand zijn. Iemand doen. Dat ene moment is de onschuld. Het is soms ook het moment waarop je geliefde er aankomt, van uit de verte; en je gedachten over hem zijn onaangetast, door banaliteiten als: Waarom heb je de peterselie weer niet meegebracht. Je zou nog langs de huisarts, voor het recept. En? Zeiden je ouders nog iets over het eten? Wat wilde die collega?
Die onverdraaglijke dagelijksheid. Nou ja, goed. Daar sta je dus. Je geliefde komt eraan. Hij is precies de persoon die ontbrak. Al die jaren. Hij vult je aan op het moment dat je het niet eens wist. Op het moment dat je hem nog niet had bedacht, en niets had toegedicht. Niets. Dan onschuld. Maar we worden opgegeten door de tijd. Door de chronologie van de tijd. Ook de liefde is zo: onomkeerbaar, voortkruipend, uiteindelijk natuurlijk naar de dood. Of zoals Paul Verhoeven zei: naar de hel. Wie weet. Zijn we gewoon op weg naar de hel. In de hel, dacht Nietzsche, gaat alles eindeloos door op de manier die we het diepst vrezen. Er staat me dus nog wat te wachten. Zonder die geliefde. Die ik zojuist zag weglopen. Heel ver weg. Nog veel wegger. Het aller-allerwegst. En ik kan de tijd niet terugzetten. De wetten zijn zo.

tijdloos

Berichtnavigatie


0 gedachten over “tijdloos

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.