Ik leg de tekst die ik zat te lezen opzij, en rook een sigaret. Dit is mijn uitzicht: langs het schoolpleintje staan hoge, oude bomen, met zwarte doorregende stammen, hier en daar vol groene aanslag, en hun kale takken dragen elk uur meer lichtgroene blaadjes. Nu nog is het alsof die blaadjes de bomen veroveren, alsof ze er eigenlijk niet bij horen, maar bezit nemen van de kaalheid. Op de bank slaapt mijn hondje Wiedes, met – zoals ik dat noem – een intens gelukkige glimlach, opgevouwen als een lammetje. Ik laat de tekst liggen en sta op. Ik duik in de kasten van mijn oudste zoon; ze staan vol vuilniszakken kinderkleding. Beide zonen zijn uit logeren. Dus. Zou ik moeten gaan dansen, sjansen, me klemzuipen, een kerel mijn bed inlokken en samen wakker worden, in een andere tijd, een ander land. Maar als mijn kinderen uit logeren zijn, grijp ik meestal naar dit soort huishoudelijke vergetelheid; in de ene zak zit zomerkleding voor de jongste. In een andere zak zitten broeken ‘waar iets mee is’; een ontbrekende knoop, een gesprongen rits, een losse zoom, een rafelig kniegat. Ik kom nog meer zakken tegen. Zomerjasjes. Ongedragen. Een hippe bodywarmer, maat 134, in oranje en legergroen. Ook deze zomer zullen al deze jackies in de kast blijven hangen, weet ik, tenzij ik ze op de vrijmarkt verkoop. Alle hippe kleren bleven tot nu toe ongedragen, ze vormen slechts het bewijs van wat ik mijn kinderen probeerde aan te doen. Ik tast nog dieper in de kasten en stuit op homemade babyspeelkleden vol verrassingsbeestjes. Die zijn al minstens tien jaar oud, her en der zijn ze aan het vergelen. Ik schift de kleren: dit kan weg, dit bewaar ik nog, voor wie weet. Tja. Wie weet. Het meeste van wat we bewaren, is een terugblik naar het verlangen, en geen hond die daarnaar omziet. Zelfs Wiedes niet, hoewel hij mij nauwlettend vanonder zijn wimpers in de gaten houdt. In die gelukzalige, blote, hondenslaap.

vrije tijd

Berichtnavigatie


Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.