‘Maar,’ zei Kaj. ‘Waar we een ander nooit mee tekort doen, is aandacht.’ Hij tuurde door de verrekijker en noteerde drie streepjes. De rest: de kadootjes, de spullen… dat noemde hij: het verlangen, naar de aandacht. Hij zuchtte. ‘Nu. Wat betreft jouw vraag.’
‘Ja,’ zei ik, terwijl ik naar zijn pagina vol streepjes keek.
‘Hechten is als een golf,’ ging hij verder. ‘De zee rolt aan, woelt het zand om, breekt, en trekt zich weer terug. Ervaren, transformeren, loslaten. Er is niks aan. Iedereen kan het. Er is alleen één maar.’
‘Maar,’ zei ik.
Hij keek me aan. ‘Hechten impliceert wederkerigheid. Je hebt er twee nodig. Als de een wegloopt, de deur dichtgooit… of afhaakt.’
‘Wat dan.’
‘Dan wordt de ander aangeschoten wild.’
‘Nee,’ zei ik. ‘Een tsunami.’
Hij haalde zijn schouders op, en het potlood schoot uit.
‘Denk aan je streepjes,’ zei ik.
‘Die streepjes,’ verzuchtte hij, ‘die zijn eigenlijk zo onbelangrijk.’ En ik kreeg een zoen.

zoiets als zee

Berichtnavigatie


Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.