Mol en straf

Ik opende het vakje met de blaadjes; klaprozenblaadjes. Als zijden waaiers lagen ze, netjes gedroogd, op de bodem. Ontelbare nerfjes en een inktzwarte kern. Zoals ik. Maar toen herinnerde ik me de woorden van Kaj, ’s middags, onder de nok van

Lees verder