Alles gaat door. Ik ga door. Ik ga meer dan ooit door. Werken. Lezen. Tentoonstellingen bezoeken. Film. Uit eten, waarbij het plezier eerder schuilt in het samenzijn met de gastheer dan in de liflafjes – Ja, achter de schermen lijkt een schaduwwereld te ontstaan, vele handen die me duwtjes in de goede richting geven; niet omvallen, jij. En ik heb het niet over financiële bijdragen. Geld brengt ons hooguit bij meer materie, afzondering en isolement. Waar heeft geld deze maatschappij gebracht? Meer mensen dan ooit moeten een beroep doen op schuldhulpverlening. Waarom? Landen om ons heen zijn bankroet. Opgejaagde economieën. Mensen die boven hun maat moeten presteren, excelleren, worden afgerekend op resultaten. De duwtjes die ik krijg, gaan dus niet over geld. Nee, ze gaan over verbinding. Mensen die een hand uitsteken. Niet doorvragen. Niet oordelen. Niet concluderen. Wat ben ik snel blij. Complimenten zijn als neerdwarrelende donsveertjes. Ik word blij. Wat is het leven simpel. Taai, en eenvoudig. Het gaat steeds door. Onbeholpen, onhandig, so what. Ik ben de asielkat die zich overal wil oprollen, zolang het droog, warm, behaaglijk, prettig, lief is. Niet slaan, niet schreeuwen, niet commanderen, en me niet verlaten aub. Ik denk nu: dat liefde geen diepzinnige gedachte is. Nee, het is elke dag een besluit; een handeling. Verantwoording nemen en dragen, en je grenzen daarin kennen. Dit gaan we doen. Hier staan we. Daar gaan we naartoe. Dit ben ik voor jou. Dit geef ik je. Dat mag je ontvangen. Neem dit aan, hou dat in gedachten. Die dag heb ik tijd voor je. Kom langs, eet mee, vertel, schrijf op. Er lopen dus – achter de schermen, want ik lijk zo open maar ik beschrijf natuurlijk maar een fractie – steeds meer vrienden nijlpaardenboekmee. Doet me denken aan het voorleesboek, jaren geleden, van mijn zoon: Ze lopen gewoon met me mee. In dat prentenboek oefent een jongetje buitengewone aantrekkingskracht uit op nijlpaarden. Telkens wanneer hij naar school loopt, wordt hij door meer nijlpaarden gevolgd. Eerst één, dan drie, vier, acht. Het wordt een ware plaag, overal in huis en tuin zitten de nijlpaarden; voor hem. Een heks verlost het jongetje van de opdringerige beesten met een eenvoudige spreuk. Ze verdwijnen net zo geruisloos als een mistbank. Maar dan… de volgende dag… verschijnt er achter hem op het wandelpad een giraffe… en ook die begint hem te volgen… Er zit vast geen moraal in dit verhaal. Nou ja, misschien dit: alles gaat altijd door. Nu eens met nijlpaarden, dan weer met giraffen. Oké, mocht ik onderweg dierbaren verliezen, dan hoop ik gevolgd te worden door eh… witte zwanen. Nee, eekhoorns. Of wacht… tropische vlinders. Hoewel… misschien toch het liefst door reuzenpanda’s. Niet één, niet twee, vijf, zes, achtentwintig, veertig, wel ja, door ontelbaar veel.

ze lopen gewoon met me mee

Berichtnavigatie


Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.