gelaagdheid

‘Maar je hebt mij toch,’ zei Kaj, en we slenterden verder langs de Plas, begeleid door ongeduldig gehamer van een specht. Toen we terugkeerden bij het Vogelhuis kleedde hij me uit, zoals je een mummie afwikkelt, en ontdoet van windsel

Lees verder

scharnier

‘Het gaat om het kleine,’ zei Kaj. Hij leunde tegen het raam en wees voorbij de regendruppels, naar de hemel. ‘Het allerkleinst waarneembare. Dat maakt het klimaat interessant. Het is zo groot en tegelijk zo klein, overal, als een scharnier

Lees verder

de wind

Ik keek naar mijn brieven. Voor Kaj. En ik begon te scheuren, snipperen en verfrommelen. Stukje voor stukje scheurde ik de brieven kapot. Mijn vingers knepen en wreven het papier, de woorden die hij niet had gelezen. Wat was hij wreed. Koud. Wat was hij

Lees verder

schatkist

We keken naar de vellen papier aan de muur. Het vogelhuis was omgetoverd in een schatkist. Elke bladzijde aan de muur was een herinnering: een kus, een pijnlijke stilte, een handgebaar. We zaten in een schatkist vol verhalen. Kaj zei: ‘Maar houden van,

Lees verder

Telkens

‘Natuurlijk houdt hij niet van je,’ zei de Schaduw. ‘Anders liet hij je toch niet gaan?! Onthou: mannen willen maar 1 ding.’ Ik slikte. De schaduw zei het ronduit; koel, maar duidelijk. Ze heette natuurlijk anders. Ik noemde haar de

Lees verder