Net terug van een concert van de gebroeders Ivanov, viool en piano, in de plaatselijke kerk. ‘Dat heb je goed volgehouden,’ merkte een deftige meneer op tegen mijn zoon. We gaan op weg naar huis, de volle maan bewonderend. De volle maan die ons pad verlicht, ons hart verblijdt, en ons verdriet versmelt. Af en toe de volle maan zien boven de Bergse Plas, dat was reden genoeg om te leven. Thuisgekomen wacht ons het hondje van de benedenburen met een blafconcert. Ook dat heeft een reden, zoals elk optreden. Dit hondje is het pronkstuk van mijn benedenburen; een jonge knul en een oudere man. De flat was klaar geklust. Toen kwam de mini-bulldog. Hun trutje, hun troela, hun prinsesje. Ze laten hem een paar keer per dag een plas doen op het veldje naast het portiek. Maar nu heeft de oudere man zijn vroegere passie opgepikt: een kroeg rendabel runnen. Hij is hier zó goed in, dat zijn jonge vent en hij geen avond meer thuis zijn. De kroeg zit vol en zij leven daar. Hun mini-schat, hun troetel zit nu alle avonden in het zijkamertje; kleine ruimte; veilig; verantwoord. De schat wordt grondig bewaard. Maar het hondje is van slag. Ze blaft. Wij blaffen onderhand mee. Avond aan avond is niet niks. Hondje wil de bazen terug. Maar onvrede is een chronische kwaal. Zo’n leegte die ons allen voortjaagt, naar kroegen, concerten, afspraakjes, woonboulevards, kinderboerderijen, theatervoorstellingen, kleicursussen, exotische vlinderreizen, vampierkelders. De leegte die smacht naar een antwoord; vervulling. Oh volle maan.

maanziek

Berichtnavigatie


3 gedachten over “maanziek

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.