jean paul gaultierIk hoef natuurlijk niks te zeggen over de bestaansredenen van kunst. Ik groeide op met kunst, overal in ons gezin leefde de kunst. Schilderijen, grafisch werk, tekeningen, muziek, grote dansfeesten, lampionnen in de tuin, schreeuwende, vloekende levensgenieters, en overal waren de kledingstukken die mijn moeder bedacht en maakte, voor het hele gezin. Vaak hing er in de ochtend een nieuw jurkje, een broek met lapjes, een jasje met veren, een pak met twintig ritsen. Kunst en grenzeloosheid is voor mij dan ook net zo normaal als bestaan; ademhalen. Maar. Er wordt van verschillende kanten aan mijn bestaansrecht getornd, ik word uit elkaar gerafeld als een versleten kostuum, er wordt aan mij gepulkt, de schaar erin, ik word opengeritst, mijn veren afgenomen, gestroopt, en hupla: naar de voddenboer. Toch hoef ik hopelijk nooit, aan niemand, uit te leggen hoe ik in metaforen denk en schrijf, in een beeldentaal die associatief en onbegrensd is. Mijn laatste restje vrijheid.
Godzijdank, dan bezoek je de tentoonstelling van modeontwerper Jean Paul Gaultier, en dan weet je dat het goed is, en dat je taal bestaansrecht heeft, ookal hangt men er letterlijke consequenties aan, alsof je jou willen gladstrijken, na al zovele aanpassingen aan het kostuum. Jean Paul Gaultier laat zien, in oogverblindende haute couture: dat het goed is, omdat er niemand is zoals jij, werkelijk niemand, ookal kreeg je bij de entree een nummer, ookal plakten ze een sticker op je dossier, ookal verzamelen ze: het oude en vergane tegen jou, kijk, hier is bewijs, hier zagen we het al, en ookal leggen ze het verleden als carbonpapier over het nieuwe en het broze van jou, dat maar net begonnen was met lopen. Luister, en dit is ook voor u en u bedoeld. En voor jou. Je gaat nooit meer, aan wie dan ook zeggen: ik ben zo, omdat… Nee.
Met je woestheid, je ongetemdheid, je warsheid, ongerijmd, raar, je tegenzin, botheid, grofheid, je sidderende zachtheid, je huiverige stilheid, schuw, je nachtelijke paniek, de buikpijn, je mateloze aanhankelijkheid, je al te grote buigzaamheid, en met je lust, je verlangen, met je seks en je droom – ach, zovele malen heb je jezelf verklaard, vergeefs, op de verkeerde plaats, aan de verkeerde personen. Maar goed, dus. Zeemeermin, luister, loop door en wandel. In jouw ritme, ja. Met je dappere krukken van zeewier en koraal, met je sensuele punt-tieten van zeeschelpen, met je ontoegankelijke, metalen pailletten, lieve zeeheldin, wandel. Sta op, haal adem, en heb lief. Langs de bodem van het bestaan, bij de rotsen, achter het rif, in het schuim van de branding; vandaag.

zeemeermin met krukken

Berichtnavigatie


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *